Geschiedenis


De geschiedenis en (vernieuw)bouw van de kapel

 

In februari 1954 werd aan de Utrechtsestraatweg naast het gebouw van de Sint-Franciscus Stichting, dat dienst deed als kleinschalig ziekenhuis, een nieuw ziekenhuis geopend: het R.K. ziekenhuis Ope Dei. De leiding over de verpleging in het ziekenhuis was toevertrouwd aan de ‘Kleine zusters van St. Jozef’, een op ziekenzorg gerichte religieuze orde met een hoofdklooster in Heerlen. Voor hun (dagelijkse) kerkbezoek maakten de zusters gebruik van de kleine kapel van de naastgelegen St. Franciscus Stichting, dat inmiddels een bejaardenhuis was geworden.

 

In mei 1959 werd een nieuwe grotere kapel geopend. Deze kapel was inpandig verbonden met het Ope Dei-ziekenhuis. De Woerdense Courant meldde: ‘Er is er een fraaie kerk verrezen, mooier dan de zusters wellicht ooit hebben kunnen denken. Maar niet alleen de zusters, ook de patiënten van Ope Dei en de bejaarden uit de buurt zullen voortaan in de onmiddellijke omgeving ter kerke kunnen gaan’.

 

Op oude foto’s is te zien dat de nieuwe kapel in de loop der jaren enige veranderingen heeft ondergaan. Het oorspronkelijke altaar dat helemaal voor in de kapel stond, maakte plaats voor een altaartafel. De communiebanken werden weggehaald. En de voorganger stond nu achter het altaar met het gezicht naar de kerkgangers.

 

Op 1 april 1970 ging het R.K.-ziekenhuis Ope Dei een fusie aan met het Algemeen Ziekenhuis aan de Meeuwenlaan in Woerden en beide gingen verder onder de naam ‘Hofpoortziekenhuis’. De fusie betekende dat er in de kapel naast katholieke vieringen ook protestantse kerkdiensten gehouden gingen worden.

 

Na verloop van tijd werd het ziekenhuis te klein. Aan de Polanerbaan werd een nieuw ziekenhuis gebouwd. Het oude ziekenhuis werd geschikt gemaakt voor het Weddesteyn Paviljoen, waar chronisch zieken verpleegd werden. Deze konden nu ook gebruik maken van de diensten in de kapel.

 

In 2010 werd een start gemaakt met de bouw van een geheel nieuw zorgcentrum. Naast het oude gebouw werden eerst de nieuwe paviljoens voor de psychogeriatrische bewoners gebouwd. Toen daarna het oude gebouw in fasen gesloopt moest worden, meldde de directie van zorgorganisatie Careyn (waarvan Weddesteyn inmiddels een van de meerdere locaties was), dat de kapel ook na de nieuwbouw behouden zou kunnen blijven, maar tijdens de bouw wel eerst tijdelijk zou moeten fungeren als restaurant voor het Zorgcentrum. Voor die tijdelijke restaurantfunctie werd de kapel aan de binnenkant grondig veranderd. De kerkbanken verdwenen, evenals het marmeren altaar en traptreden en het koperen hekwerk. Het verdere interieur wordt zorgvuldig ingepakt en opgeslagen. Het gebouw werd vervolgens asbestvrij gemaakt. En de meest ingrijpende verandering was het ophogen van de vloer van de middenbeuk, die 80 centimeter lager lag dan de vloer van de zijbeuken.

 

Medio 2013 werd duidelijk dat de kapel (vanwege de te verwachten hoge restauratiekosten) toch met sloop bedreigd werd, terwijl er in de nieuwbouw geen sprake zou kunnen zijn van een vervangende religieuze ruimte. Wel werd vanuit Careyn gemeld, dat de kapel eventueel behouden zou kunnen blijven, wanneer er een bedrag van € 160.000 bijeen gebracht zou worden voor de restauratie ervan en wanneer er ook voldoende geld beschikbaar zou komen voor de toekomstige exploitatie.

 

Enkele zeer bewogen en betrokken mensen riepen in december 2013 de ‘Stichting Kapel Weddesteyn’ in het leven. Met behulp van de inzet van vele vrijwilligers (o.a. uit de wijk en de verschillende kerken) en met ruimhartige financiële, morele en fysieke steun van veel organisaties, instellingen, bedrijven en particulieren, was het voor het bestuur van de Stichting mogelijk om de dreigende sloop van de kapel te voorkomen. Met de stenenverkoopactie ‘Red de kapel’ werd voldoende geld ingezameld om de kapel in eigendom over te nemen en het gebouw grondig te restaureren, zodat het weer in gebruik genomen kon worden voor de kerkdiensten ten behoeve van de bewoners van Weddesteyn en voor velerlei andere activiteiten.

Op 15 december 2015 vond de ’heropening van de kapel’ plaats.

 

De geschiedenis en (vernieuw)bouw van de kapel in volgelvlucht

 

Architectuur van de kapel

De kapel is gebouwd naar een ontwerp van architect J.J.M. van Halteren uit Den Bosch (Amsterdam, 14-4-1893 - overleden Den Bosch 16-3-1973). Hij ontwierp rooms-katholieke kerken, kloosters, ziekenhuizen en inrichtingen voor opvoeding en onderwijs.

 

Voor het ontwerp van de kapel zocht Van Halteren aansluiting bij de stijlkenmerken die voortkomen uit het gedachtegoed van de Benedictijner monnik Dom Hans van der Laan. Deze baseerde zich op natuurlijke verhoudingen en architectuurstromingen uit de klassieke oudheid van diverse culturen. De kapel heeft een basilicavorm, hetgeen zich vooral manifesteert in het interieur. De daken van de zijbeuken hellen af naar de middenbeuk. De gelige baksteen, het betonnen lijstwerk en de betonnen raamtraceringen zorgen aan de buitenzijde voor een moderne aanblik. In de oostgevel is via uitkragend metselwerk een kruisteken aangebracht.

 

De middenbeuk heeft aan weerszijden vijf lichtvensters, in de zijbeuken staan op dezelfde afstand ook vijf lichtvensters. Aan het begin en het einde van de lange gevels zijn nog vier lichtvensters geplaatst. Door het grote aantal vensters is het interieur verrassend licht. De relatief grote vensters zijn van getint glas (Danziger glas met een grove structuur en luchtbellen) gevat in betonnen traceerwerk. Ook kent de kapel een campanile toren, zo bekend uit de Italiaanse kerkenbouw.

 

Aan de oostkant is het liturgisch centrum met het altaar. Aan de westzijde is er een gaanderij voor het zangkoor en orgel. De aangebouwde sacristie werd gebruikt als dienstruimte voor de voorgangers van de diensten en een deel ervan kon in gebruik genomen worden als mortuarium. De kapel had in de begintijd ook een biechtstoel, maar deze is in de loop der jaren verdwenen.

 

In de oorspronkelijke kapel lag de vloer van de middenbeuk ongeveer 80 centimeter lager dan de vloer van de zijbeuken. In de zijbeuken konden bedden en rolstoelen met patiënten staan.

 

In de lager liggende middenbeuk waren twee rijen kerkbanken met in totaal ruim 100 zitplaatsen. Vanwege het tijdelijke gebruik van de kapel als restaurant is deze middenbeuk opgetrokken tot het niveau van de zijbeuken waardoor er een grotere effectieve ruimte ontstond. Ook is toen het interieur geschilderd in hedendaagse kleuren.

 

De kapel als karakteristiek gebouw mag naar de mening van velen een ‘naoorlogs monument’ genoemd worden.

 

 

Kunstvoorwerpen in de kapel

Sinds de bouw in 1959 bevat de kapel een aantal beelden van de bekende beeldhouwer Albert Termote, (Lichtervelde, 30-3-1997 - Voorburg, 13-4-1978). Termote is vooral bekend door zijn levensgrote bronzen ruiterstandbeelden. Hij maakte o.a. het ruiterstandbeeld van Willibrordus (1939-1942) op het Janskerkhof in Utrecht. En hij vervaardigde penningen, herdenkingsmonumenten en portretbustes. Het grootste deel van zijn werk omvat religieuze en kerkelijke beelden. Voor de kapel van Ope Dei maakte hij een kruis met corpus, een Mariabeeld en een St. Antoniusbeeld. Genoemde werken zijn alle nog in de kapel aanwezig.

 

De ornamenten voor de kapel, o.a. de kandelaars, het tabernakel, de godslamp en de kroonlamp werden ontworpen door de Bossche edelsmid Guillaume Henrie Hubert Cordang.

 

De kruiswegstaties zijn gemaakt door Franciscus Joseph Maria Henricus Balendong, geboren te Roermond 16-9-1911. Hij is beeldhouwer, glazenier, kunstnijveraar, schilder en tekenaar. Hij werd opgeleid in het atelier van de beroemde F. Nicolas en Zn. In 1932 begon hij een eigen atelier in Haarlem.

 

De zevenarmige kandelaar is vervaardigd door de Woerdense edelsmid Jan Kriege (1884-1944) en door zijn vrouw geschonken bij de inwijding van de Mariakapel van de Vossenschans (voormalig bejaardenhuis).

 

Buiten de kapel staat een beeld van de ark van Noë. Het werk toont Noë/Noach met zijn drie zonen op de ark. Uit de patrijspoorten kijken verschillende dieren naar buiten. Het beeld symboliseert de hoop op herstel. Bij de opening van het nieuwe Ope Dei (later Weddesteyn), werd het geplaatst aan de vijver tegenover de hoofdingang. Nu staat het vlak bij de kapel. Het werk is van beeldhouwer Adrianus Johannes Petrus Franciscus (Arie) Teeuwisse (Amsterdam, 9-5-1919 - Uffelte, 21-8-1993). Hij was een Nederlandse beeldhouwer en illustrator/striptekenaar. Hij volgde van 1936 tot 1940 een opleiding aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs in Amsterdam, waar hij les kreeg van Jaap Kaas. Vervolgens startte hij een opleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten, eveneens in Amsterdam. Deze opleiding moest hij afbreken in 1943, waarna hij onderdook boven de berenverblijven in Artis. Zijn verbinding met Artis via het onderduikadres, blijkt duidelijk uit het aantal beeldhouwwerken dat hij daar heeft achtergelaten.

 

Sinds kort beschikt de Stichting over een uitvoerige beschrijving van de inventaris van de kapel. Deze beschrijving is opgesteld door het museum Catharijneconvent: kerkcollectie digitaal. De registratie van de inventaris van de kapel is, evenals een boekje over de historie van de kapel, hieronder te downloaden.

 

Boekje Historie kapel Weddesteyn Beschrijving inventaris door museum Catharijneconvent